Ripple-baas: 'We overwogen te stoppen en alle XRP weg te geven'

2 min. leestijd
12 jul 2026, 13:10
Foto van Ripple-CEO Brad Garlinghouse
Foto: TechCrunch, CC BY 2.0, via Wikimedia Commons

Ripple stond eind 2020 aan de rand van de afgrond door de grote rechtszaak rond XRP.

CEO Brad Garlinghouse onthult nu dat het bedrijf serieus overwoog om zichzelf volledig op te heffen en zijn enorme XRP-voorraad onder de aandeelhouders te verdelen.

Altijd het laatste nieuws. Download net als duizenden Nederlanders de gratis Crypto Insiders app.

In het kort

  • Ripple overwoog te stoppen en zijn XRP-bezit uit te keren aan aandeelhouders.

  • Het bedrijf koos uiteindelijk voor een jarenlange juridische strijd met de SEC.

  • De rechtszaak kostte Ripple naar eigen zeggen ongeveer 150 miljoen dollar.

Ripple overwoog opheffing, maar koos voor strijd

Garlinghouse zegt dat hij samen met medeoprichter Chris Larsen serieus nadacht over het beëindigen van Ripple.

Dat vertelt hij tijdens een bijeenkomst aan de University of Kansas School of Business.

De aanleiding was de rechtszaak die de Amerikaanse beurswaakhond, de Securities and Exchange Commssion (SEC), eind 2020 tegen Ripple aanspande.

De toezichthouder beschuldigde het bedrijf ervan XRP zonder de juiste vergunning te hebben verkocht.

Ripple overwoog daarom om helemaal te stoppen en zijn enorme XRP-voorraad onder de aandeelhouders te verdelen. Volgens Garlinghouse was dat de eenvoudigste uitweg. De SEC beschikte immers over veel meer geld en juridische middelen dan Ripple.

XRP-rechtszaak kostte Ripple 150 miljoen dollar

Toch besloot Ripple door te gaan. Een sluiting zou volgens de topman honderden werknemers hun baan hebben gekost.

Terugkijkend is hij tevreden met die keuze, al was destijds allerminst duidelijk hoe de zaak zou aflopen.

In de aanklacht stelde de toezichthouder dat Ripple XRP had verkocht als een niet-geregistreerd effect, vergelijkbaar met een aandeel of obligatie. Dat mag niet zonder de juiste registratie.

Volgens de SEC was XRP sterk gecentraliseerd en grotendeels in handen van Ripple. Daardoor leek het kopen van XRP volgens de toezichthouder meer op investeren in het bedrijf dan op het kopen van een onafhankelijke cryptomunt.

Garlinghouse zegt dat hij tussen 2017 en 2019 meerdere keren zonder advocaat met medewerkers van de SEC sprak. Tijdens die gesprekken zou nooit zijn aangegeven dat XRP mogelijk als effect werd beschouwd.

De juridische strijd duurde ongeveer vier jaar en kostte Ripple naar schatting 150 miljoen dollar. De rechter oordeelde dat Ripple de effectenwet wel had overtreden met directe XRP-verkopen aan professionele beleggers.

De rechter zag de verkoop van XRP via openbare cryptobeurzen niet als effectenhandel, omdat kopers daarmee niet rechtstreeks in Ripple zouden investeren.

De zaak werd later geschikt nadat de leiding van de SEC was veranderd en de toezichthouder een positievere houding tegenover de cryptosector aannam.